vrijdag 4 mei 2018

Kort verhaal: Dodenherdenking.

Voor vandaag heb ik een kort verhaal getypt, speciaal voor Dodenherdenking. Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Wat zou er nog verbetert moeten worden? Ik hoor het graag!

Het was vandaag weer zover. 4 mei. Dodenherdenking. Jimmy stond al vroeg op. Vandaag wilde hij samen met zijn klasgenootje en buurmeisje Stacey een interview met zijn opa houden. Want opa Johan, oftewel John in het Engels, heeft vroeger in de WOII gevochten. En daar wil hij wat dingen over weten. Gelukkig kan opa er goed over praten. Jimmy is dan ook erg benieuwd naar wat hij vandaag gaat vertellen. Snel kleed  hij zich aan, kamt zijn haren en gaat dan naar beneden.
                                                    ☆☆☆
‘Ha opa!’ begroet Jimmy zijn opa. ‘Dit is Stacey, mijn buurmeisje.’ ‘Geweldig! Nog iemand die komt luisteren naar mijn verhaal!’ lacht opa. ‘Ga lekker zitten. Ik heb al wat drinken voor jullie klaargezet.’ Jimmy en Stacey ploffen op de bank neer. Opa gaat tegenover hen in een stoel zitten. ‘Vraag maar raak!’ nodigt hij hen uit. Jimmy en Stacey vragen hem de oren van het hoofd en hij moet moeite doen om ze allemaal te beantwoorden. ‘Hoeveel vragen hebben jullie nu nog?’ ‘Nog één.’ ‘Stel hem!’ lacht opa. ‘Waarom gaat u nooit naar de herdenking zelf?’ zegt Jimmy. Opa zucht. ‘Daar moet ik eens goed voor gaan zitten. Als je naar de plaats loopt waar Dodenherdenking wordt herdacht, moet je altijd in een lange rij naar toe lopen. Dat wil ik liever niet, want daar krijg ik nachtmerries van. Zoals je weet ben ik vlieger geweest vanaf begin 1944 in het Nederlandse squadron van vliegers. Begin 1945 moest ik alleen patrouilleren boven Nederland. Wat ik daar op de wegen zag, was onbeschrijfelijk. Magere mensen, gekleed in niets meer dan lompen, op blote voeten, liepen daar of duwden een kar. En het was ook nog eens winter. Hoe koud moet het dan wel niet geweest zijn daar op de grond als het in de lucht al zo koud was. Toen ze mij zagen waren ze eerst bang. Maar verschillenden, die waarschijnlijk een beetje kennis hadden van vliegtuigen, zagen dat ik een Nederlander was. Ze begonnen direct te zwaaien. Ik keek in het ruim van mijn vliegtuig of ik nog wat had. Daar zag ik alleen nog maar vijf voedselpakketten, overgebleven van een eerdere voedseldropping. Ik deed mijn ruim open en gooide ze naar buiten. Nog één rondje draaide ik en daarna vloog ik verder. Ik zag dat ze haast vochten om zo’n voedselpakket en begreep dat de honger echt heel zwaar was. Als ik dan die rij mensen zie, waar je dan in moet lopen, dan denk ik hier altijd nog aan terug. Ik heb die mensen op het netvlies staan. Ja, dat vergeet je nooit meer!’ Het is heel stil in de kamer.
                                                ☆☆☆
‘Komen jullie morgen terug?’ vraagt opa, als Jimmy en Stacey weggaan. ‘Dan ga ik vertellen hoe ik oma voor het eerst zag en wat er toen gebeurde.’ Jimmy knikt enthousiast. ‘Ja, leuk!’

Ook Stacey vind het een goed idee. ‘Tot morgen dan hè!’ Samen fietsen Jimmy en Stacey weg. Opa Johan gaat weer naar binnen. Het is toch goed, dat hij het aan Jimmy heeft verteld, denkt hij bij zichzelf.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten